Er waren ongeveer honderd kleine plantages in Curaçao. Hun namen zijn nog steeds in zwang als plaatsnamen, zoals Pannekoek, Dokterstuin, Kenepa, Brievengat, enzovoort. Het middelpunt van elke plantage was het landhuis, waar de meester en diens huisslaven woonden. Gesitueerd rondom het landhuis lagen de pakhuizen en de slavenhutten. De slaven werden tewerkgesteld op het land of in de zoutwinning. De villa's waren meestal op een heuvel gebouwd zodat het land en de naburige villa's in het zicht lagen. Ze waren uit koraal opgetrokken met enkele details van baksteen als toevoeging. De hoge zadeldaken werden gemaakt met Nederlandse dakpannen, die het regenwater naar stenen verzamelpunten leidden. Een verrassend groot aantal van deze koloniale huizen heeft de jaren doorstaan. Ongeveer 55 van deze landhuizen bestaan nog steeds, in wisselende conditie verkerend, verspreid over het eiland.
Meer informatie